Q & A screening kandidaat-bewindspersonen door AIVD

De formateur moet voor zijn nieuwe kabinet op zoek naar kandidaat-ministers en –staatssecretarissen. Hij moet weten of er zaken zijn die de integriteit of betrouwbaarheid van die bewindslieden-in-spé kunnen aantasten. Welke rol speelt de AIVD daarin? Zeven vragen en antwoorden.

Welke rol heeft de AIVD in het screenen van kandidaat-bewindspersonen?
De toenmalige minister-president schreef in december 2002 in een brief aan de Tweede Kamer dat een formateur voor iedere kandidaat-minister enkele feitenonderzoeken laat doen. Eén daarvan is een onderzoek door de AIVD, die daarvoor op verzoek van de formateur naslag doet in zijn bestanden.

Doet de AIVD actief onderzoek?
Nee, wij kijken alleen wat er eventueel voor informatie in onze bestanden voorkomt. Het gaat dus alleen om informatie die de AIVD heeft verzameld in het kader van het wettelijke onderzoek dat de dienst doet. Het is goed mogelijk dat niets over de kandidaat-bewindspersoon in onze bestanden staat.

Zoekt de AIVD in bestanden van andere organisaties?
Nee, wij kijken in onze eigen bestanden.

Geeft de AIVD advies aan de formateur?   

Nee, wij melden of iemand in onze bestanden voorkomt en hoe.

Is het onderzoek te vergelijken met een zogenoemd veiligheidsonderzoek?

Nee, een veiligheidsonderzoek wordt uitgevoerd naar personen die een vertrouwensfunctie gaan bekleden. Dat is van een heel andere soort en aard dan alleen een naslag in onze bestanden. Een veiligheidsonderzoek kan enkele maanden in beslag nemen.

Waarom wordt er geen veiligheidsonderzoek gedaan naar een bewindspersoon?
De Wet Veiligheidsonderzoeken biedt hiertoe geen bevoegdheid, omdat politieke functies niet kunnen worden aangemerkt als vertrouwensfuncties. Tijdens het debat over de regeringsverklaring medio 2002 is dit nog eens bevestigd.

Wat is de rol van de formateur?
De formateur gaat bij iedere kandidaat-bewindspersoon na of er zaken zijn die de integriteit of betrouwbaarheid van betrokkene kunnen aantasten. Zoals minister-president Balkenende in december 2002 in een brief aan de Tweede Kamer schreef, doet de formateur dat onder meer door drie externe onderzoeken aan te vragen: een justitieel antecedentenonderzoek in het justitieel documentatieregister, een onderzoek door de belastingdienst in het fiscale dossier van betrokkene en het onderzoek door de AIVD. Daarnaast wordt met de kandidaat onder meer gesproken over zijn of haar financiële en zakelijke belangen, en over functies, nevenfuncties en andere nevenactiviteiten.

(bron: AIVD, 7 februari 2007, www.aivd.nl)

7 February 2007
By on 22:02
Kamp overweegt aangifte na ‘martelprimeur’

Door Jan Kooistra en Eric Vrijsen

Minister van Defensie Henk Kamp (VVD) stuurt mogelijk aan op een strafrechtelijk onderzoek naar de betrokkenheid van medewerkers en ex-medewerkers van Defensie bij de totstandkoming van de ‘martelprimeur’ van de Volkskrant.

Dat heeft Kamp woensdag gezegd tijdens een debat in de Tweede Kamer over de kwestie. De Volkskrant schreef vorig jaar, vijf dagen voor de verkiezingen, dat Nederlandse militairen in Irak betrokken zijn geweest bij martelingen van gevangenen.

Nadat Elsevier onthulde dat PvdA-kamerlid Ton Heerts nauw betrokken was bij de totstandkoming van het Volkskrant-verhaal, naar eigen zeggen als adviseur van de Volkskrant-verslaggever, onthulde de hoofdredacteur van de Volkskrant, Pieter Broertjes, vorige week op Radio 1 zijn bron: Cees Neisingh, de oud-bevelhebber van de marechaussee.

Doofpot
Kamp is woedend dat in het Volkskrant-artikel niet stond dat het Openbaar Ministerie onderzoek heeft gedaan naar mogelijk wangedrag van MIVD-officieren in Irak en dat justitie concludeerde dat er geen reden was om tot vervolging over te gaan. Niks doofpot dus.

Neisingh zei vorige week in Elsevier dat hij de Volkskrant over dat onderzoek heeft verteld en dat hij heeft gezegd ‘dat de zaak uit de wereld was’. Maar de Volkskrant schreef het niet op. Kamp wil precies weten hoe het verhaal in de krant is gekomen en wat precies de rol is geweest van Neisingh en van Heerts, die in zijn tijd bij de marechaussee al bekend stond om zijn innige banden met de media, zo onthult Elsevier deze week.

Een meerderheid in de Tweede Kamer van VVD, PVV, CDA en SP wil dat ook weten en is daarom voor een onderzoek naar het lekken van vertrouwelijke informatie bij Defensie. Maar de PvdA probeert dat onderzoek uit te stellen, de socialisten hebben een motie ingediend die stelt dat eerst twee andere onderzoeken moeten worden afgewacht die al zijn aangekondigd. Dan kan het maanden duren.

Kamp en de Kamer nemen volgende week dinsdag pas een besluit, eerst krijgt de Volkskrant de kans om openheid van zaken te geven. Broertjes heeft aangekondigd met een feitenrelaas te komen, dat zou mogelijk zaterdag worden gepubliceerd.

(bron: Elsevier, 7 februari 2007, www.elsevier.nl)


By on 19:06
Inspecteur-generaal goed voor AIVD

De controle op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is een reden van aanhoudende zorg. Waarom schrikt de minister terug voor een interne waakhond?

Frank Kuitenbrouwer

Aivd_logo_4De controle op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is een reden van aanhoudende zorg. Waarom schrikt de minister terug voor een interne waakhond? Net zoals over zijn voorganger de BVD wordt over de AIVD (Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst) vaak een beetje lacherig gedaan. Daar is geen enkele reden toe, want de dienst beschikt over bevoegdheden die diep ingrijpen in de burgerlijke vrijheden. Volgens sommige insiders doet de AIVD het trouwens helemaal niet zo slecht als de recente opwinding over uitgelekte dossiers zou doen vermoeden. Wel valt er het nodige te verbeteren, constateerde de commissie- Havermans die in 2004 de AIVD evalueerde. Zij deed maar liefst 52 aanbevelingen waarvan het kabinet er 50 overnam.

Toch ontbreekt er iets onder het hoofdje „versterking van de controle op organisatie en functioneren van de AIVD”: een inspecteurgeneraal. De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten van 2002 bracht, behalve een serie nieuwe bevoegdheden voor de spooks, een speciale Commissie van toezicht. Deze staat onder voorzitterschap van rechter Irene Michiels van Kessenich-Hoogendam en laat met enige regelmaat van zich horen. Onlangs nog weer in het geval van de klachten over mishandeling van gevangenen door Nederlandse inlichtingenfunctionarissen in Irak. Het is een commissie van drie buitenstaanders, die onafhankelijk is van regering en parlement, al is zij onderdeel van het systeem van democratische controle op de diensten (behalve de AIVD ook de militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst MIVD).

Na een kennelijk niet eenvoudige start –Michiels van Kessenich sprak tegenover de Staatscourant elegant van „verrijkende, interessante juridische discussies” – is er al snel „een bepaalde consensus” gegroeid. Toch mist er zoals gezegd nog een interne waakhond. De Commissie van Toezicht vroeg daar zelf om in het jaarverslag 2005-2006 naar aanleiding van de aanbevelingen van de evaluatiecommissie. Deze had versterking van de controle juist toebedacht aan de Commissie van Toezicht. Maar deze mag alleen de rechtmatigheid van AIVD-optreden toetsen en niet de doelmatigheid. Voor een externe commissie is, ondanks ruime, wettelijk vastgelegde onderzoeksbevoegdheden, het eerste al een hele opgave maar het laatste helemaal. Ook al zijn de twee aspecten van het toezicht nooit helemaal te scheiden.

Een typerend voorbeeld is de bescherming van informanten door de AIVD. Dat is een wettelijke plicht, dus toetsbaar, maar nauw verbonden met de vraag of de dienst dat ook deugdelijk heeft aangepakt. Kan de dienst in bepaalde gevallen niet met minder ingrijpende methoden volstaan is een andere toetsteen van de wettelijk geregelde controle op de AIVD die onvermijdelijk leidt tot doelmatigheidsvragen. De commissie is duidelijk niet van plan deze kwesties uit de weg te gaan, maar moest toch vaststellen dat haar taak primair „op het juridische vlak” ligt.

Hier komt de inspecteur-generaal in beeld. Niet als vervanging van de Commissie van Toezicht maar als aanvulling en versterking. In de Verenigde Staten werd in 1953 al een inspecteur-generaal bij de CIA aangesteld die operaties tegen het licht kan houden, vaak (maar niet noodzakelijk) een oude rot in het vak. Een belangrijk kenmerk van zijn positie is onbeperkte toegang tot de directeur van de CIA om hem bij de les te houden. Ook Canada heeft zo’n functie ingevoerd, evenals Australië.

De titel inspecteur-generaal wekt al snel associaties met Gogols gelijknamige komedie of de latere versie met de Amerikaanse filmkomiek Danny Kaye, die voornamelijk goed zijn voor een glimlach. Toch kan de Commissie van Toezicht best een steuntje gebruiken. Al was het alleen omdat de AIVD een sterke groei doormaakt. Er moeten honderden nieuwe personeelsleden worden geworven. Zo’n grote instroom zet de kwaliteit van het werk extra onder druk. In het algemeen is het organiseren van tegenspraak een elementaire noodzaak voor een dienst die onvermijdelijk in het geheim opereert en extra vatbaar is voor blinde vlekken. Zoals een voormalige inspecteur-generaal van de CIA, Fred Hirtz het uitdrukte: „absolute secrecy corrupts absolutely” – ook intern. Het is in zijn woorden altijd nodig „te kijken naar de donkere kant van de maan”.

Toch liet minister Remkes (Binnenlandse Zaken) op 14 december 2005 de Tweede Kamer kortweg weten „geen reden te zien nog een aparte instantie zoals een inspecteur- generaal toe te voegen aan het stelsel van democratische controle”.

De verantwoordelijke bewindsman heeft echter wel degelijk een goede reden daar werk van te maken. Er komen heel wat vragen over de AIVD op hem af. Voor de antwoorden is zijn departement veelal afhankelijk van wat de leiding van de dienst aanlevert. Het kan ook voor de minister geen kwaad als een paar extra ogen daar naar kijken.

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC Handelsblad.

(bron: NRC/Handelsblad, 6 februari 2007, www.nrc.nl)

6 February 2007
By on 18:39
Terror trial a chance to redeem U.S. as civil rights standard bearer

Tribune Editorial

The United States has in its custody a man charged with terrorism against U.S. forces in Iraq and, best of all, we’ve come by him legally. No snatches off the street, no extraordinary renditions, no secret prisons, no mysterious departures from darkened airfields. As a result of a joint investigation by the Dutch and the FBI, the Netherlands extradited to the United States over the weekend Wesam al-Delaema, 33, an Iraqi-born Dutch citizen. He faces four criminal charges, the most serious one being that he conspired to kill U.S. citizens abroad with an explosive device.

Delaema had the bad judgment to have himself and a group he called Mujahideen from Fallujah videotaped while planting bombs along a road in Iraq used by U.S. troops. The tape was widely broadcast on Arab TV, where it came to the attention of U.S. and Dutch authorities.

Al_delaema_at_a_dutch_tv_comedy_show_1It is a measure of how far we have fallen in the world’s estimation that before the Dutch would extradite him, they extracted assurances from the Justice Department that Delaema would be tried in federal court and not before one of the nowinfamous Guantanamo military commissions. Further the United States pledged that he could serve any sentence – the charges carry a maximum of life – in a Dutch prison. The Dutch extradition court overlooked protests by Delaema’s lawyer that the United States might torture him.

According to the Associated Press, Delaema said he made the videotape after being kidnapped and threatened with beheading, certainly a risk one runs in Iraq, but his protestations were somewhat belied by an interview he gave Dutch television in which he said his death was unimportant if it stopped the United States and Britain from stealing Iraq’s oil and killing its women and children. Again according to AP, Delaema’s family said the interview was meant as a joke, one that probably won’t get a whole lot of laughs in an American courtroom.

He will be the first suspect tried in the United States for actions committed in Iraq in connection with the insurgency. The United States can begin rebuilding its reputation for adherence to due process and the rule of law by ensuring that Delaema has a visibly fair trial without recourse to testimony that he and his lawyers can’t see or witnesses that they can’t question.

(source: East Valley Tribune, 3 February 2007, www.eastvalleytribune.com)

4 February 2007
By on 08:32
Terreurfonds eist opheffing blokkade

door Joost de Haas

Een verboden terreurfonds wil weer actief worden in Nederland en heeft de rechter gevraagd om de opheffing ongedaan te maken.

Het gaat om de stichting Al-Haramain, die op de internationale terreurlijsten staat en om die reden sinds gisteren in ons land is verboden.

Al-Haramain blijkt onlangs naar het College van Beroep voor het Bedrijfsleven te zijn gestapt om de deuren weer te kunnen openen. Het fonds eist herinschrijving in de Kamer van Koophandel van Amsterdam.

Al-Haramain werd vorig jaar door de Kamer ontbonden en opgedoekt, maar stelt nu dat er vormfouten zijn gemaakt. Dat bevestigt de Haagse advocaat van het fonds, mr. Ad Westendorp.

De stichting maakt deel uit van een netwerk dat in tal van landen is verboden wegens ondersteuning van terrorisme. Het vanuit Saoedi-Arabië geleide Al-Haramain heeft gelden doorgesluisd naar de terreurorganisaties Al-Qaeda en Hamas en was volgens de VS ook betrokken bij de voorbereiding van aanslagen.

Het Nederlandse filiaal heeft nauwe banden onderhouden met de Amsterdamse moskee El-Tawheed. Oprichter van Al-Haramain in ons land was de imam van El-Tawheed.

(bron: Telegraaf, 2 februari 2007, www.telegraaf.nl)

2 February 2007
By on 06:45
informatie over plaatsing op terrorismelijst

De informatievoorziening aan personen en organisaties die op de Europese terrorismelijst zijn geplaatst, is recent verbeterd. Ook zullen zij in staat worden gesteld om hun standpunt over de plaatsing kenbaar te maken. Dit schrijft minister Hirsch Ballin in antwoord op schriftelijke vragen van het Kamerlid De Wit naar aanleiding van een uitspraak van het Gerecht van Eerste Aanleg van het Europese Hof van Justitie in december 2006.

Zo moet de Raad van de EU personen en organisaties die op de lijst geplaatst worden direct na plaatsing meedelen wat de belastende redenen zijn, tenzij dwingende overwegingen inzake openbare orde, veiligheid of het onderhouden van internationale betrekkingen zich hiertegen verzetten. Staatsgeheimen kunnen door deze uitzondering beschermd blijven.

Door personen en organisaties te informeren en hen in staat te stellen te reageren op het plaatsingsbesluit en ontlastende argumenten aan te voeren bij de Raad, zijn hun rechten op hoor en wederhoor gewaarborgd. Vervolgens kunnen zij in beroep bij het Gerecht van Eerste Aanleg.

Ook bij de VN-lijst zijn door de Veiligheidsraad meer procedurele waarborgen ingevoerd. Personen en organisaties die op de VN-lijst zijn geplaatst worden beter geïnformeerd en kunnen zich rechtstreeks tot het VN-secretariaat wenden met een verzoek om van de lijst te worden gehaald.

‘Het met meer waarborgen omkleden van de procedure heeft naar mijn mening juist positieve gevolgen voor de terrorismebestrijding in Nederland en Europa. Dergelijke waarborgen verhogen de rechtsbescherming en dragen daarmee bij aan de verdere acceptatie van de maatregelen ter bestrijding van het terrorisme’, aldus de minister bij de beantwoording van schriftelijke vragen van de Kamerleden Çörüz en Van Haersma Buma over dezelfde rechtszaak. Uit de recente uitspraak van het Gerecht van Eerste Aanleg leidt de bewindsman niet af dat er onvoldoende rechtsbescherming is tegen plaatsing op de Europese terrorismelijst. De uitspraak laat juist zien dat er effectieve rechtsbescherming is.

De wet die het automatisch verbod van organisaties op een terrorismelijst van de Europese Unie of de Verenigde Naties regelt, zal op 1 februari 2007 in werking treden. Dergelijke organisaties mogen niet meer actief zijn in Nederland; deelneming aan de voortzetting van de activiteiten van zo’n organisatie wordt strafbaar.

(bron: ministerie van Justitie, 31 januari 2007, www.justitie.nl)


By on 06:18
Remkes: soms spionage in Nederland

Buitenlandse inlichtingendiensten spioneren soms in Nederland. Daarbij kan het gaan om politieke-, wetenschappelijke- en bedrijfsspionage, maar ook om ,,ongewenste beïnvloeding” van allochtonen.

Dat zei minister Johan Remkes (Binnenlandse Zaken) donderdag in een overleg met de Tweede Kamer. Hij wilde in het openbaar niet zeggen om welke landen het gaat.

Als er buitenlandse diensten in ons land actief zijn zonder dat dat gebeurt onder de vlag van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), wordt actie ondernomen. ,,Dat gebeurt zo af en toe”, zei Remkes. Als spionage aan de orde is, volgen ,,indringende gesprekken en maatregelen”.

Toegenomen dreiging
Het hoofd van de AIVD, Sybrand van Hulst, zei eind april vorig jaar dat Iran in 2005 in Nederland heeft geprobeerd in het geheim kennis te bemachtigen over massavernietigingswapens. Al eerder wees de AIVD op de toegenomen dreiging van spionage, die zich vooral richt op de overheid, bedrijven en universiteiten. De AIVD heeft een geactualiseerde brochure uitgegeven om de instellingen te waarschuwen voor mogelijke spionageactiviteiten, maar grijpt soms ook actief in, aldus Remkes.

Kamerleden wilden weten of Nederlandse inlichtingendiensten ook wel eens spioneren in het buitenland, of de samenwerking met buitenlandse diensten is verbroken nadat de spionage was ontdekt en wat politieke spionage precies inhoudt. Remkes wil dergelijke vragen alleen beantwoorden in de Kamercommissie voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, waarin vertrouwelijke informatie wordt gedeeld.

(bron: ANP/Leeuwarder Courant, 1 februari 2007, www.leeuwardercourant.nl)

1 February 2007
By on 18:28
Remkes weidt niet uit over buitenlandse spionage

Minister van Binnenlandse Zaken Johan Remkes (VVD) wil niet openbaar maken vanuit welke landen in Nederland wordt gespioneerd. Dat bleek donderdag tijdens een overleg in de Tweede Kamer, waar het jaarverslag van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) over 2005 werd besproken.

Uit het jaarverslag bleek in april vorig jaar dat het aantal landen dat ‘heimelijk activiteiten in Nederland ontplooit’ gegroeid is. Het gaat bijvoorbeeld om het versterken van loyaliteit onder migranten in Nederland en het hinderen van dissidenten. Daarnaast werden als ‘landen van zorg’ Iran, Pakistan en Noord-Korea genoemd, landen die kennis zouden willen vergaren voor de ontwikkeling van massavernietigingswapens.

In Nederland wordt door verschillende buitenlandse veiligheidsdiensten gespioneerd in de politiek, de wetenschap en het bedrijfsleven zei Remkes donderdag. Daarnaast wordt geprobeerd om mensen in Nederland actief te beïnvloeden. In het jaarverslag werd al melding gemaakt van verschillende vormen van spionage. De Tweede Kamerleden Laetitia Griffith (VVD) en Naïma Azough (GroenLinks) wilden van Remkes weten op welke wijze deze manieren van spionage plaatsvinden en welke landen daarbij betrokken zijn.

Remkes wilde donderdag niet verder verduidelijken wat deze spionage inhield. "In verband met diplomatieke betrekkingen, maar ook vanwege operationele redenen, kan ik daar niks over zeggen in deze commissie", zei Remkes.

De minister zei wel dat hij de Kamer wilde informeren via de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD). Daarin zitten de fractievoorzitters van alle politieke partijen in de Tweede Kamer, behalve de SP. Wat er in die commissie besproken wordt is staatsgeheim. De SP wil niet in de CIVD plaatsnemen omdat de partij de commissie ‘niet zinvol en inefficiënt’ vindt. Remkes beschuldigde de SP van ‘weglopen voor verantwoordelijkheid’.

(bron: Novum/Trouw, 1 februari 2007, www.trouw.nl)


By on 18:24
kwestie-Heerts: ‘Ik vond het zó unfair’

Gesprek met oud-bevelhebber Cees Neisingh, die PvdA’er Ton Heerts en de Volkskrant al in oktober ontlastende informatie gaf

Cees Neisingh, oud-bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee: ‘In de zomer van 2006 had ik een lunchafspraak met Ewoud Nysingh, een voormalig journalist van de Volkskrant. Tijdens het gesprek schoof Jan Hoedeman van de Volkskrant aan. Het gesprek ging over allerlei juridische vraagstukken tijdens militaire missies.

Eind september belde Hoedeman mij op. Hij wilde me nóg eens ontmoeten. We maakten een afspraak in oktober. Maar voor het zover was, sprak ik op zijn voicemail in dat ik verhinderd was. Ik moest op mijn kleinkinderen passen. Op de bewuste avond belde Hoedeman mij en drong erop aan toch met mij te praten. Ik stemde toe en zei dat hij dan maar naar het oppasadres moest komen. De kinderen lagen al te slapen. Aan het eind van ons telefoongesprek werd ik overrompeld door de mededeling dat hij Ton Heerts zou meenemen.’

Neisingh voelde zich overvallen, maar besloot erin te berusten. Hoedeman en Heerts kwamen die avond met hem praten.

Neisingh: ‘Ik wist toen nog niet dat Heerts Kamerlid van de PvdA zou worden. Ik vond het natuurlijk wel een rare mix: een journalist met een vakbondsman. In een informele sfeer had Hoedeman het met mij over juridische kwesties. Opeens hielden de theoretische vragen op. Pardoes kwam aan de orde: wat is er met die gevangenen in Irak gebeurd? Ik zei dat ik daar weinig van wist, maar dat ik me wel kon herinneren dat chef defensiestaf Luuk Kroon mij een keer gebeld had over “gedoe” met gevangenen in Irak. Ik vertelde Hoedeman en Heerts dat ik destijds Kroon had aangeraden aangifte te doen, zodat de marechaussee een onderzoek kon instellen en het Openbaar Ministerie een beslissing zou nemen. Ik vertelde dat ik naderhand had gehoord dat justitie ernaar had gekeken en dat de zaak uit de wereld was. Er was niks uit dat onderzoek gekomen.

‘Tijdens het gesprek met Hoedeman en Heerts is het woord “martelen” niet gevallen. Toch vond ik hun Irak-verhaal erg raar. Als er in 2003 uit een onderzoek zou zijn gebleken dat er strafbare feiten waren, dan had ik het geweten. Als bevelhebber was ik degene die minister Kamp moest inlichten over de uitkomst van elk groot onderzoek. Ik heb tegen Hoedeman en Heerts gezegd dat ze bij justitie in Arnhem het spoor konden volgen en alles konden verifiëren. Heerts concludeerde: “Dan moeten we dus naar Weerkamp.” Want hij kende de officier van justitie die belast is met militaire zaken. Hoedeman kende dat soort namen niet. Mij viel tijdens het gesprek ook op dat Heerts en Hoedeman blikken van verstandhouding wisselden.

‘Ik ben naïef geweest. Ik ging uit van hun goede trouw. Maar ik had er een onbestemd gevoel over. Heerts stond bij de marechaussee bekend als iemand die voortdurend optrad in de media. Hij noteerde de klachten van de vakbondsleden. Het kwam weleens voor dat hij, in plaats van die klachten te bespreken met de korpsleiding, ermee naar de krant of de tv stapte. Voortdurend trad hij op in NOVA. Je zou kunnen denken dat hem dat een gevoel van macht gaf.

‘Op 17 november stond het verhaal in de Volkskrant. Ik zat in België en kreeg een telefoontje van mijn opvolger. Eerst dacht ik: het zal toch niet waar zijn? Vervolgens dacht ik: hier zit Heerts achter. De volgende avond zag ik op tv hoe de PvdA minister Kamp aanviel op het Irak-verhaal. Dat vond ik zó unfair. Ik belde het ministerie en had ontmoetingen met de commandant der strijdkrachten, generaal Dick Berlijn, en met secretaris-generaal Ton Annink. Ik vertelde precies wat mij met Hoedeman en Heerts was overkomen.’

(bron: Elsevier, 1 februari 2007, www.elsevier.nl)


By on 07:29
Volkskrant onthult bron ‘martelingen’ Irak

Door Bas Benneker

Hoofdredacteur van de Volkskrant Pieter Broertjes heeft de naam van de ‘klokkenluider’ onthuld die de bron vormde van het artikel over vermeende martelpraktijken van MIVD-officieren in Irak dat vlak voor de verkiezingen verscheen.

In het Radio 1-journaal zei Broertjes woensdagochtend dat voormalig bevelhebber van de marechaussee Cees Neisingh de bron was van het artikel. ‘We hebben de journalistieke code om nooit over bronnen te spreken,’ aldus Broertjes, ‘maar Neisingh praat zelf, dat is het bizarre van dit verhaal.’

Volgens Broertjes heeft Neisingh het aan zichzelf te wijten dat hij als bron bekend wordt. ‘Als alle codes worden doorbroken, als bronnen weglopen bij hun verhaal en de minister niet het hele verhaal vertelt, moeten we onze feiten maar op tafel leggen.’

Bescherming
Afgelopen zaterdag zei Broertjes nog in zijn eigen krant dat hij zijn bronnen altijd zal beschermen. ‘Dat mensen in gewetensnood bij een krant kunnen aankloppen met hun verhaal, is van belang voor de democratie. Klokkenluiders hebben bij de Volkskrant de zekerheid dat zij beschermd worden.’

Broertjes reageerde op de radio op het interview dat Neisingh deze week geeft aan Elsevier. Daarin zegt de oud-bevelhebber dat hij PvdA-kamerlid Ton Heerts en Volkskrant-verslaggever Jan Hoedeman heeft geïnformeerd dat justitie had gekeken naar de mogelijk wangedrag van MIVD-officieren in Irak, en dat de zaak uit de wereld was. ‘Als er in 2003 uit een onderzoek zou zijn gebleken dat er strafbare feiten waren, dan had ik het geweten,’ aldus Neisingh.

(bron: Elsevier, 31 januari 2007, www.elsevier.nl)


By on 07:22